De Protestantse Gemeente Almelo maakt sinds 8 juni 2025 gebruik van de vernieuwde Grote Kerk, nadat door de fusie van de oude wijkgemeenten aan aantal gebouwen is gesloten. Onder de noemer Kerk open is er de mogelijkheid de kerk te bezichtigen.In dat kader is er een kleine flyer samengesteld met wetenswaardigheden over de geschiedenis van het gebouw en het interieur. Op deze pagina is de tekst overgenomen die is samengesteld door Maarten van der Klis. |
|
Geschiedenis van de Grote Kerk
Geschiedenis van de Grote Kerk
Voor 1236 gingen de bewoners van het dorp Almelo naar de kerk in Ootmarsum. 1236 Hendrik van Almeloo (zoon van Arnoldus; zijn naam komt in 1169 in de archieven voor met de toevoeging ridder) krijgt van bisschop Otto III van Utrecht verlof om bij zijn burcht te Almelo een kapel te stichten voor hem en zijn “homines”, wonende “in villa Almeloo” (dorp Almelo). Het was geen zelfstandige parochiekerk, maar wel een openbaar bedehuis waarin de sacramenten mochten worden bediend door een eigen hofkapelaan. Er was dus een eigen doopvont en kerkhof. De bewoners van Almelo moesten de miskoorn (jaarlijkse afdracht van een hoeveelheid graan voor pastoor en koster) blijven betalen aan de Moederkerk te Ootmarsum. 1296 De burchtkapel van Almelo wordt een zelfstandige parochiekerk met eigen pastoor en kerkmeesters. Kerkpatroons zijn de heiligen Georgius en Mauritius. De kapel wordt tegelijk belangrijk vergroot. In een charter wordt op 9 oktober 1299 de zelfstandigheid van de parochie vastgelegd. 1390 De parochiekerk wordt vergroot en gedeeltelijk door nieuwbouw vervangen. In het koor zou een gedeelte van de oude kapel bewaard zijn gebleven, nl. vijf zijden van de vroegere achthoek. De achthoekige doopvont (die zich thans bevindt in de huidige RK Georgiuskerk) was mogelijk een geschenk bij het weer in gebruik nemen van de kerk. Deze middeleeuwse kerk had geen toren maar een houten klokkenhuis. 1493-1499 Er is sprake van de “tymmeringhe der kerck” te Almelo. Uit deze tijd stamt het huidige koordeel van de kerk. 1619-1621 Overgang van Rooms-Katholieke religie naar Nederduits Gereformeerde religie: In 1613 werd de uit Duitsland afkomstige lutheraan Christoforus Ledebur als eerste predikant beroepen in Almelo. In 1619 ging hij over naar de Gereformeerde, calvinistische religie. In 1621 ging ook de Heer van Almelo, Johan van Rechteren over naar de Gereformeerde religie. In Almelo volgde geen beeldenstorm, maar verdwenen wel afbeeldingen en de altaren uit de kerk. 1725 De kerk verkeert in zeer vervallen staat; het klokkenhuis staat op instorten en het gebouw is te klein geworden. 1733 Kerk en toren worden afgebroken, op het koor na. 1738 10 april eerstesteenlegging en op 16 november 1740 ingebruikneming van de nieuwe en vergrote kerk. 1781 De toren wordt afgebouwd en krijgt de vorm van een zgn. Welsche Haube. Waarschijnlijk heeft de toren van de kerk in Nordhorn hiervoor model gestaan. 1826 De Kerkvoogdij draagt de toren in eigendom over aan het Gemeentebestuur van Almelo. 1835 Verbouwing van de Grote Kerk. De vensterharnassen van zandsteen met versieringen worden vervangen door gietijzeren ramen. Waarschijnlijk verdwenen toen ook de laatste restanten van de gebrandschilderde ramen. Een raam dat voor het grafmonument dichtgemetseld was, bleef in oude staat. Er komen nieuwe banken omdat er niet meer in de kerk begraven wordt (vanaf 1 januari 1828). Ook het kerkhof rond de Grote Kerk wordt gesloten; een nieuwe begraafplaats achter het klooster wordt in gebruik genomen. 1955-1957 De Grote Kerk wordt ingrijpend gerestaureerd.
2025 Na een ingrijpende verbouwing wordt op 8 juni 2025 de vernieuwde Grote Kerk in gebruik genomen. De grootste veranderingen zijn:
|
||
|
Interieur van de Grote Kerk
Interieur van de Grote Kerk
De Grote Kerk is een kruiskerk met schip en twee zijbeuken. Het koor, het oudste gedeelte van het gebouw, is hoger dan de rest; waarschijnlijk heeft het een zolder gehad met een bescheiden orgel. Grafsteen van Ruijnk Bij binnenkomst in de kerk bevindt zich een grafsteen met het opschrift Johannes Ruijnk, in leven heelmeester te Almelo. Hij maakte bij zijn overlijden in 1804 aan de kerk zijn nalatenschap na ad 24.000 gulden. Hij stelde 2 voorwaarden: het geld ging naar de diaconie en zijn graf zou voorzien worden met een gedenkteken van blauwe steen. Of het lichaam daar nu ook ligt, is onbekend. Mogelijk zijn bij de restauratie in 1955 de overblijfselen geruimd. Gravenbank Gelegen links tegen de westkant van het noorderdwarsschip. Bestaat uit eikenhout en dateert waarschijnlijk van begin 1700. Stond voor 1955 op het koor en was wit geschilderd. In de overkapping het wapen van Van Rechteren Limpurg en Zu Castell Rüdenhausen. Kruis Tegenover de Gravenbank hangt een groot kruis afkomstig uit de voormalige wijkkerk Kerkelanden Koor Een ijzeren hekwerk vormt de scheiding met de kerkzaal; voorzien van 2 beeldschermen. Het koororgel is afkomstig uit de opgeheven wijkkerk Kerkelanden. Tiengeboden- geloofsbelijdenisborden Links in het koor hangen 2 borden met de tekst van de tien geboden en de Geloofsbelijdenis. Datering 1955. GrafmonumentHet grote grafmonument van donkergrijs kalksteen en marmer herinnert aan Adolph Hendrik Graaf van Rechteren (1657-1731) en zijn vrouw Sophia Juliana zu Castell Rüdenhausen (1673-1758) Het is in opdracht van hun 9 zonen en 3 dochters gemaakt door de beeldhouwer Jacobus Luraghi, geplaatst in 1782. De tekst is latijn: vertaling op infoblad Rouwbord Rechts in het koor hangt een rouwbord van Margaretha Sophia Reiniera van Coevorden (1723-1779) gehuwd met August Hendrik Christiaan Graaf van Rechteren (geen Heer van Almelo). Links het wapen van Van Rechteren, rechts van Coevorden. Grafkelder en grafstenen Onder het koor bevindt zich een grafkelder van de familie van Rechteren Limpurg van het naastgelegen Huize Almelo. Het bevat waarschijnlijk 20 à 21 kisten en kistjes van familieleden. De kelder van 1772 is niet toegankelijk. Op het koor zelf liggen een aantal oude grafzerken; de meeste zijn afgesleten en onleesbaar vanwege het gebruikte materiaal: Bentheimer zandsteen. De oudste grafsteen ligt links op het koor; tekst bijna onleesbaar: HAERSOLTE WEDEFROU VON BOEYMER DIE SIEL. Het betreft hier Elisabeth van Haersolte, die rond 1582 trouwde met Peter Boeymer. In het midden tegenover het grafmonument, ligt de steen van AGNES VAN ITTERSUM THO GARNER rond 1630. Rechtsachter ligt een zerk met de volgende tekst: HIER LEGD BEGRAVEN CAREL AUGUST EMAUEL DES HEYLIGEN ROOMSCHEN RIJK GRAVEN VAN RECHTEREN HEER VAN DEN VELLENAER IN SIJN HOOGBEBOREN LEVEN GENERAEL VAN DE CAVALLERIE TEN DIENSTEN DESER LAND ETC. geboren den 3 November 1708 gestorven den 15 mey 1789 begraven alhier den 20 mey 1789 Het wapen is aan beide kanten versierd met kanonnen. Tot 1955 was deze zerk in de muur geplaatst. Drie stenen voor het grafmonument zijn genummerd: hieronder werd in de kerk begraven 1 of 2 diep. Begraven in de kerk was duur: f 10 rond 1790, een bedrag waar een arbeider drie maanden voor moest werken. De oudste steen is een altaarplaat met 5 chrisma’s (kruisjes); datering tussen 1236-1296; mogelijk later. Orgel Boven de ingang is een orgel. De orgelkast dateert van 1754 en hoort bij het orgel dat door Albertus Anthonie Hinsz is gebouwd. Hinsz kwam uit Hamburg. Daarna werd een nieuw orgel gebouwd door de Duitse orgelbouwer Richard Ibach(1766-1848). In 1961 werd een nieuw orgel in gebruik genomen, gebouwd door Willem van Leeuwen uit Leiderdorp en weer gerestaureerd in 1990. Voor 1738 waren er ook orgels, waarover helaas niets bekend is. De orgelkast is versierd met gouden lofwerk (bladmotieven) en putti (engeltjes). In het midden is het familiewapen van de Van Rechterens afgebeeld, geflankeerd door twee griffioenen. Een griffioen is een mythisch dier, met een lichaam van een leeuw, hoofd en vleugels van een adelaar, oren van een paard en een hanenkam van vissenschubben. Sinds de middeleeuwen is het een symbool voor goddelijke macht en bewaker van het goddelijke. |
||
Wo 19:00 Stilteviering
01-07-2026
om
19:00
meer details
Vieringen Zaterdag
04-07-2026
om
meer details
Vieringen Zondag
05-07-2026
om
meer details