|
Geschiedenis van de Grote Kerk
Geschiedenis van de Grote Kerk
Voor 1236 gingen de bewoners van het dorp Almelo naar de kerk in Ootmarsum. 1236 Hendrik van Almeloo (zoon van Arnoldus; zijn naam komt in 1169 in de archieven voor met de toevoeging ridder) krijgt van bisschop Otto III van Utrecht verlof om bij zijn burcht te Almelo een kapel te stichten voor hem en zijn “homines”, wonende “in villa Almeloo” (dorp Almelo). Het was geen zelfstandige parochiekerk, maar wel een openbaar bedehuis waarin de sacramenten mochten worden bediend door een eigen hofkapelaan. Er was dus een eigen doopvont en kerkhof. De bewoners van Almelo moesten de miskoorn (jaarlijkse afdracht van een hoeveelheid graan voor pastoor en koster) blijven betalen aan de Moederkerk te Ootmarsum. 1296 De burchtkapel van Almelo wordt een zelfstandige parochiekerk met eigen pastoor en kerkmeesters. Kerkpatroons zijn de heiligen Georgius en Mauritius. De kapel wordt tegelijk belangrijk vergroot. In een charter wordt op 9 oktober 1299 de zelfstandigheid van de parochie vastgelegd. 1390 De parochiekerk wordt vergroot en gedeeltelijk door nieuwbouw vervangen. In het koor zou een gedeelte van de oude kapel bewaard zijn gebleven, nl. vijf zijden van de vroegere achthoek. De achthoekige doopvont (die zich thans bevindt in de huidige RK Georgiuskerk) was mogelijk een geschenk bij het weer in gebruik nemen van de kerk. Deze middeleeuwse kerk had geen toren maar een houten klokkenhuis. 1493-1499 Er is sprake van de “tymmeringhe der kerck” te Almelo. Uit deze tijd stamt het huidige koordeel van de kerk. 1619-1621 Overgang van Rooms-Katholieke religie naar Nederduits Gereformeerde religie: In 1613 werd de uit Duitsland afkomstige lutheraan Christoforus Ledebur als eerste predikant beroepen in Almelo. In 1619 ging hij over naar de Gereformeerde, calvinistische religie. In 1621 ging ook de Heer van Almelo, Johan van Rechteren over naar de Gereformeerde religie. In Almelo volgde geen beeldenstorm, maar verdwenen wel afbeeldingen en de altaren uit de kerk. 1725 De kerk verkeert in zeer vervallen staat; het klokkenhuis staat op instorten en het gebouw is te klein geworden. 1733 Kerk en toren worden afgebroken, op het koor na. 1738 10 april eerstesteenlegging en op 16 november 1740 ingebruikneming van de nieuwe en vergrote kerk. 1781 De toren wordt afgebouwd en krijgt de vorm van een zgn. Welsche Haube. Waarschijnlijk heeft de toren van de kerk in Nordhorn hiervoor model gestaan. 1826 De Kerkvoogdij draagt de toren in eigendom over aan het Gemeentebestuur van Almelo. 1835 Verbouwing van de Grote Kerk. De vensterharnassen van zandsteen met versieringen worden vervangen door gietijzeren ramen. Waarschijnlijk verdwenen toen ook de laatste restanten van de gebrandschilderde ramen. Een raam dat voor het grafmonument dichtgemetseld was, bleef in oude staat. Er komen nieuwe banken omdat er niet meer in de kerk begraven wordt (vanaf 1 januari 1828). Ook het kerkhof rond de Grote Kerk wordt gesloten; een nieuwe begraafplaats achter het klooster wordt in gebruik genomen. 1955-1957 De Grote Kerk wordt ingrijpend gerestaureerd.
2025 Na een ingrijpende verbouwing wordt op 8 juni 2025 de vernieuwde Grote Kerk in gebruik genomen. De grootste veranderingen zijn:
| ||
| terug | ||
Wo 19:00 Stilteviering
01-07-2026
om
19:00
meer details
Vieringen Zaterdag
04-07-2026
om
meer details
Vieringen Zondag
05-07-2026
om
meer details